“Investing in food is more effective against hunger than providing aid”

Herbert Smorenburg about the successful formula of the Amsterdam Initiative against Malnutrition (AIM)


This interview
(in Dutch) was done by Corianne van Veen of OneWorld. It is part of a OneWorld series with articles about partnerships.

Iedereen in ontwikkelingslanden van goede voeding voorzien, dat is een ambitieus doel. Toch is dit het streven van het Amsterdam Initiative against Malnutrition (AIM), een initiatief van de Global Aliance for Improved Nutrition (GAIN). In verschillende projecten, variërend van veilig drinkwater en groenten tot voedingssupplementen voor jonge kinderen, werken verschillende partners samen. Hoe doen zij dat? We vragen het Herbert Smorenburg, senior manager van GAIN.

Wat is de succesformule van dit initiatief?

“AIM verbetert de kwaliteit van beschikbare voeding met een marktgerichte aanpak. Dit betekent dat wij goede voeding met onmisbare vitaminen en mineralen verkopen aan mensen die daar geen toegang toe hebben in Kenia, Tanzania, Ethiopië en Zuid-Afrika. Een voorbeeld isVegetables for All. Door betere zaden, trainingen en transport kan meer groente lokaal worden geproduceerd. Nieuwe technieken om de groenten te drogen zorgen ervoor dat ze langer bewaard blijven. Door te investeren in voedsel kan er winst gemaakt worden. Dat is op de lange termijn effectiever om ondervoeding aan te pakken dan eindeloos hulp geven.”

Wat kunnen wij vanuit ons kleine landje bijdragen aan voedselzekerheid?

“Nederland is een grote speler in de wereldwijde voedselhandel. Veel transport loopt via Nederland en met onze hogescholen en universiteiten hebben met veel kennis in huis over voeding. Daarnaast opereren Nederlandse organisaties die zich inzetten voor goede voeding op wereldniveau. Los van elkaar kunnen zij geen wereld van verschil maken, maar samen wel. En polderen, partneren en samenwerken, dat zit ons Nederlanders in het bloed.”

Hoe merken jullie dat?

“In Nederland zijn we gewend dat de overheid met bedrijven om de tafel gaat. Een ondernemer kan zijn zorgen en onvrede uitspreken en samen zoeken we naar een oplossing. Onlangs kwam een delegatie uit Japan bij AIM op bezoek en zij stonden raar te kijken van zo’n samenwerking. Ook in Afrika, waar veel van onze projecten zijn, merken we wantrouwen tussen overheid en bedrijven. AIM kan helpen deze partijen samen te laten werken. Er is vanuit het buitenland veel belangstelling voor onze aanpak, dus hopelijk kunnen we ons model uitbreiden in andere landen. Want Nederland kan veel doen, maar ook niet alles.”

Geef eens een voorbeeld van een typische rol van een partner?

“Er zijn soms mensen of bedrijven die vragen: ‘Wij hebben geld beschikbaar voor een “goed doel”, kunnen jullie dat regelen?’ Dan kan de Rabobank, een van onze partners, zijn expertise aanbieden. Er zit nu 10 miljoen euro in het fonds dat de Rabobank met ICCO heeft opgezet. Als de pilotprojecten zoals Vegetables for All succesvol blijken kan dat geïnvesteerde geld gebruikt worden om uit te breiden.”

Zijn er dingen waar AIM tegenaan gelopen is?

“De Nederlandse overheid stimuleert samenwerkingen voor betere voeding wereldwijd. Zo krijgt AIM subsidie uit de Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid (FDOV). Dat is fijn, maar helaas zitten er nogal wat haken en ogen aan. De administratie is erg complex en je zit vast aan een aantal doelstellingen. Maar de wereld is niet voorspelbaar, zeker niet de delen van de wereld met de grootste voedselproblemen. Flexibiliteit is belangrijk. Het is goed om een duidelijke richting te hebben, maar we kunnen nog niet zeggen: ‘zoveel monden hebben we gevoed’. Een doel aan de horizon is onmisbaar, maar de weg ernaartoe wisselt nog wel eens.”